Een natuurtuin is een tuin waarin de natuur zoveel mogelijk haar eigen gang
kan gaan. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Franse of Engelse tuinen waar iedere
heg en ieder gazon minutieus wordt bijgeknipt. Uiteraard zijn er wel mensenhanden
aan te pas gekomen om de tuin in te richten. In 1992 startte men met het verwijderen
van puin en rommel en het aanleggen van verschillenden houtwallen, een stapelmuurtje,
paden, een vijver en moerasachtige gebieden om de variatie in vegetatie te bevorderen
en broed-en schuilplaatsen te creëren. Verder zijn er beperkte milieutechnische
maatregelen genomen. Zo overheersten bepaalde plantensoorten op de stikstofrijke
grond. Om die dominantie te laten afnemen is er voedselarme grond aangebracht.
Deze 'verschraling' heeft ertoe geleid dat ook andere soorten een kans kregen.
Daarnaast is er veel aandacht besteed aan het waterbeheer, door bijvoorbeeld
de bestaande sloot uit te diepen. De tuin ligt namelijk net als de Slatuinweg
op polderpeil en dat is 1.60 meter lager dan de omringende straten. Daarom is
een goede afwatering van groot belang.
Ook nu nog wordt er spaarzaam onderhoud gepleegd. Maar het uitgangspunt blijft
dat de natuur zich in haar eigen tempo verder ontwikkelt.